Geschiedenis en raskenmerken
De Noorse Boskat behoort inmiddels tot één van de meest gewaardeerde kattenrassen. Toch bestaat de Noor als zelfstandig ras nog niet zo lang. In dit hoofdstuk is beschreven waar de Noor vandaan komt en hoe hij er uit moet zien volgens de rasstandaard.

Pans Truls

        De geschiedenis van de Noorse Boskat
 Over het ontstaan van de Noorse Boskat doen
 verschillende verhalen de ronde. Er is een versie
 die vertelt, dat hij door de Vikingen is meegenomen
 om op hun schepen op ratten te jagen. Sommige
 mensen denken, dat hij is meeverhuisd met
 stammen die voor de Middeleeuwen uit Centraal
 Azië naar Scandinavië zijn getrokken. Het meest
 voor de hand liggend is de versie, die vertelt van
 grote katten die in de bossen in Scandinavië
 leefden. Deze kat had tijdens de koude winters
 een dikke vacht, terwijl ’s zomers alleen de dikke
 staart te zien was. In elk geval komt u in dit gebied
 de Noorse Boskat in verschillende sprookjes en
 mythes tegen. In het koude klimaat is zijn gewicht en omvang langzamerhand toegenomen en is zijn vacht dikker geworden om hem te beschermen.
Gedurende eeuwen heeft de Noorse Boskat, ook welbekend onder de naam“Skogkatt”, kans gezien inhet wild te leven middenin de uitgestrekte bossen.Vervolgens heeft hij zichgemeld bij de boerderijen. Deze kat bleek een uitstekendemuizenvanger en werd dan ook een graaggeziene huisgenoot op deboerderijen in Noorwegen en Zweden. Om tot een erkend ras te komen, werden alle eigenaren van de hiervoor beschreven boskat opgeroepen om naar een trefpunt te komen. Daar werd de kater Pan’s Truls uitgeroepen tot de perfecte Noorse Boskat. Zijn kenmerken werden dan ook aangemerkt als de raskenmerken van de Noor. De eerste Noorse Boskatten werden in de jaren rond 1960 als raskat bestempeld.

De raskenmerken
In deze paragraaf worden de raskenmerken van de Noorse Boskat toegelicht. Het gewicht van de poezen varieert van drie tot vijf kilo, terwijl de katers tussen vier en zeven kilo wegen. De Noorse Boskat groeit langzaam. Na ongeveer drie jaar kunt u uw Noor als volgroeid beschouwen.

Kop
De driehoekige kop is even breed als lang. De kin is stevig en vierkant. Het neusprofiel moet recht zijn en mag geen dip hebben. Om dit te controleren kunt u uw wijsvinger over de neus leggen. De ogen zijn groot, expressief en amandelvormig. De oren zijn vrij groot, hoog op zijn kop geplaatst en staan wijd open. De punten van de oren zijn enigszins afgerond. In de oren groeien ook haren; de mooiste oren zijn aan het eind versierd met pluimpjes.

Lichaam
De Noor is een grote en krachtig gebouwde kat. Hij bezit een lang lichaam en krachtige botten. De staart is lang en ook ’s zomers dik behaard. De lengte van een staart wordt door keurmeesters vaak gecontroleerd door de staart over het lichaam richting nek te houden. Als de staart moeiteloos de schouders haalt, is deze lang genoeg.

Poten
De rechte, gespierde achterpoten zijn langer dan de voorpoten. Hieruit kunt u opmaken, dat de Noorse Boskat

Pagina's