het lichaam richting nek te houden. Als de staart moeiteloos de schouders haalt, is deze lang genoeg.

Poten
De rechte, gespierde achterpoten zijn langer dan de voorpoten. Hieruit kunt u opmaken, dat de Noorse Boskat een echte klimmer is. Zijn grote ronde voeten hebben vacht tussen de tenen. Deze vacht zorgt er voor dat er geen sneeuw tussen komt. Dit was heel belangrijk in de periode dat de Noorse Boskat in de Scandinavische besneeuwde bossen nog op jacht moest voor zijn voedsel. Natuurlijk moeten de poten in verhouding staan tot het lichaam.

Vacht
De vacht van de Noorse Boskat wordt halflangharig genoemd. Hij beschikt over een indrukwekkende kraag en een “broek”. De dekharen zijn op de schouders korter en worden langer richting de rug. Vooral in de winter is de vacht dik en ondoordringbaar. Deze vacht bestaat uit twee delen. De lange gladde dekharen voorkomen, dat de kortere wollige ondervacht nat wordt. Het geheel zorgt ervoor dat de kat het niet snel koud heeft. In de warme zomermaanden verdwijnt de ondervacht grotendeels. Meestal verdwijnen ook de imposante kraag en de broek. Alleen de dikke staart laat dan nog zien, dat er sprake is van een Noorse Boskat en niet van een kortharige kat.

Kleuren
Bij de Noorse Boskat zijn bijna alle kleuren toegestaan. Op een show zal een keurmeester in principe niet op de kleur letten, hoewel een persoonlijke voorkeur nooit helemaal uit te sluiten valt. Het enige dat niet is toegestaan, zijn de aftekeningen en kleuren die bij Oosterse rassen horen (pointed, lilac, chocolate, fawn, etc.).

Fouten
Op een kattenshow komen de keurmeesters de volgende fouten tegen. Een kat is te klein en/of te fijn gebouwd. De kop is rond of vierkant i.p.v. driehoekig. Het profiel is niet recht of de voorkant van de kop gaat met een stop over in de bovenkant, terwijl dit moet doorlopen. De oren zijn te klein of staan niet recht op de kop. De staart kan te kort zijn of er zit ergens een knikje in. Keurmeesters letten sterk op de vacht. Deze moet dik en goed verzorgd zijn. Dit is natuurlijk allemaal uiterlijk en heeft niets met het geweldige karakter van de Noor te maken. Een fokker met veel showervaring kan bij kittens vanaf een week of acht al aardig inschatten of een kitten kan uitgroeien tot een kampioen. Dit is natuurlijk nooit een garantie. Sommige katten houden helemaal niet van shows of van vreemde keurmeesters die ze aanraken. Maar aan de andere kant en niet onbelangrijk: lelijke eendjes kunnen uitgroeien tot prachtige zwanen.

        Natuurrassen
Er zijn verschillende kattensoorten, die tot de natuurrassen behoren. De Noorse Boskat is er één van, maar ook de Maine Coon, de Turkse Van en de Siberische kat horen hierbij. Als een kattenras tot de natuurrassen wordt gerekend, betekent het dat het ras niet is ontstaan door ingrijpen van mensen, maar in zijn huidige vorm uit de natuur voortkomt. Natuurlijk kunnen mensen het ook bij natuurrassen niet laten om verschillende eigenschappen te versterken door middel van

Pagina's